logo

De Keatsfreon 2012

Een prachtblad: de Keatsfreon

Het kaatsseizoen is eerder dan ooit begonnen en bij veel kaatsliefhebbers gaat het bloed weer sneller stromen.

Maar wat te doen, als het eens een dag slecht weer is? Je kan toch niet de hele dag stofzuigen…

Besteed dan die dag aan het lezen van de Keatsfreon. Een jaar of wat geleden heb ik u een abonnement aanbevolen, niet alleen omdat het blad voor elke kaatsliefhebber eigenlijk een must is, maar ook omdat het – nu zelfstandige – museum uw steun meer dan ooit nodig heeft. Als u even 058-2542654 belt, dan krijgt u Jan Metselaar aan de telefoon. Hij is secretaris van de Vrienden van het Museum en voor € 15 bent u vriend en lezer van dit schitterende kaatsmagazine.

De geregelde bezoeker van deze site kent de artikelen van Rynk Bosma en de redactie van de Keatsfreon heeft hem gulhartig toegestaan zijn bijdrage óók op deze site te plaatsen. Een verborgen reclame-actie natuurlijk en er wordt gehoopt dat u er gevoelig voor bent…

Maar het blad bevat nog zoveel meer. Jokelien Tienstra is aan het woord en het is dat lezen nu eenmaal een stille bezigheid is; anders zou u er stil van wórden. Wat een barrel!

Muurkaatsen, u kent het, maar Bauke Nicolai is er helemaal door van het pad geraakt. Van Surhuisterveen naar Irnsum is al een hele stap – en misschien een verklaring -, maar deze man is de René van der Gijp en Jan Boskamp van het muurkaatsen, in één persoon verenigd. Een geweldig verhaal, gedrenkt in passie.

Jan Hospes – in de kaatswereld heeft hij geen introductie nodig – neemt u mee naar een schitterend initiatief: de Janse-wisselschaal. U zult erdoor geraakt worden.

Nog even een greep uit de inhoud van dit nummer: Pieter de Groot breekt o.a. een lans voor een andere opzet van het jeugdkaatsen die de ouders wat zou ontlasten. Abe de Vries duikt in de historie van enkele PC-kaatsers en ook Theo Kuipers zwemt in het geschiedenisbad en duikt er niet alleen een zilveren kaatsbal uit 1769 op, maar ontmoet er ook iemand die ooit koning van de Freule was.

Ook qua taalgebruik is het blad breed: alle talen in ons kaatsgebied duiken erin op. Het is genieten geblazen bij het lezen van de bijdragen van Leendert Ferwerda en Hein Jaap Hilarides in die kleurrijke Bildtse taal. ‘Ik kan dat Bildts niet lezen’, zegt u? Even proberen: ’n kaatsbâltsy in ‘e bús. Dat valt dus mee.

Het wachten is nu op een verhaal in het stadsfries. Misschien dat een Liwwadder of een Harlinger dit in 2013 gaat doen. U zult uitkijken naar die aflevering, als Jan Metselaar u de jaargang 2012 heeft gestuurd, want dan bent u verkocht én verknocht. Bellen dus! U kan niet zonder het kaatsen en het kaatsen kan niet zonder u.

Gerrit Lettinga

P.S.: beleefd als ik ben heb ik de lezer aangesproken met ‘u’, maar liever had ik de jij-vorm gebruikt. Ook al hebben we het over een museum, het gaat tenslotte om de toekomst en die is aan jou. Jouw kaatstoekomst is natuurlijk schitterend en wat zou het mooi zijn, als die ooit beschreven zou worden. Zorg ervoor dat dit gebeurt door je aan te sluiten bij de Vrienden van het Museum. Jong en oud samen moeten tenslotte het kaatsen dragen. Vandaag bellen, morgen een uurtje later op stap en je hebt die €15 er al weer uit. Wat is het leven toch gemakkelijk. Ik wens je veel succes op de velden.

bron: www.kaatsnieuws.nl

Kijk ook op de site van Jan Hospes, één van de auteurs > Jan Hospes | muziek- en schrijfwerk

Klant:De vrienden van het Kaatsmuseum
Datum: september 06, 2013